Mala over de JIMaanpak binnen de pleegzorg
Iedereen lijkt enthousiast te zijn over de JIMmethode. Er wordt veel
gesproken over de positieve resultaten en de doordachte manier waarop de
methodiek is ontwikkeld. Toch moet ik eerlijk zeggen dat ik daar in het begin
behoorlijk sceptisch over was.
Ik werk als pleegzorgwerker met netwerkgezinnen, voornamelijk in
Rotterdam Zuid en Hoogvliet. Mijn doelgroep bestaat uit gezinnen en
jongeren die vaak al veel hebben meegemaakt. Hulpverlening is voor hen
niet altijd iets waar ze op zitten te wachten. Vaak hebben ze al met
meerdere hulpverleners en verschillende methodieken te maken gehad.
Daarom vroeg ik mij af: moeten we nu óók nog met een JIM aan de slag?
Tijdens de cursus had ik veel vragen. In mijn hoofd zag ik vooral de
praktische bezwaren. Ik dacht aan mijn pleeggezinnen en pleegkinderen,
waarbij het soms al een hele uitdaging is om afspraken te plannen. Het
opbouwen van vertrouwen kost tijd, net als het onderhouden van contact.
Ik vroeg me dan ook af waar ik de tijd vandaan moest halen om daarnaast
ook nog een JIMtraject op te zetten. Dat zorgde eerlijk gezegd voor
behoorlijk wat stress.
Omdat de cursus voor alle pleegzorgwerkers verplicht was, besloot ik er
toch open in te stappen. Ondanks mijn twijfels begon ik eigenlijk blanco
aan de training, met het idee dat ik eerst maar eens zelf wilde ervaren wat
de JIMmethode nu precies inhoudt.
Al snel merkte ik dat de training niet alleen ging over een nieuwe methodiek,
maar vooral over iets wat we eigenlijk allemaal belangrijk vinden: het
benutten van de kracht van het eigen netwerk van een jongere. Niet de
hulpverlener staat centraal, maar iemand uit de omgeving die de jongere
vertrouwt en die ook blijft wanneer de professionele hulp stopt.
Dat inzicht raakte mij. Ik realiseerde me dat we als hulpverleners vaak
geneigd zijn om zelf oplossingen te zoeken, terwijl de meest duurzame
steun soms al aanwezig is in het leven van een jongere. Natuurlijk lukt dat
niet in iedere situatie, maar als het wél lukt, kan het van enorme waarde
zijn. Ik ben nog steeds realistisch. Ik weet dat de praktijk weerbarstig is en
dat het niet altijd eenvoudig is om een geschikte JIM te vinden. Toch kijk ik er inmiddels anders naar dan aan het begin van de cursus. Waar ik eerst
vooral de beren op de weg zag, zie ik nu ook de mogelijkheden.
De JIMmethode heeft mij geleerd om met een andere blik naar het netwerk
van jongeren en gezinnen te kijken. Niet omdat het een wondermiddel is,
maar omdat het mensen in hun eigen kracht zet. Dat is misschien wel de
grootste les die ik uit deze training heb meegenomen.
Het moment waarop mijn manier van denken begon te veranderen, was
toen de cursusleider vertelde over de verzorgingsstaat. Hij legde uit hoe we
in de loop der jaren steeds meer professionele hulp zijn gaan inzetten,
terwijl vroeger veel problemen werden opgevangen door familie, buren of
andere mensen uit het eigen netwerk. Hij stelde eigenlijk de vraag of we
hulpverlening soms onbedoeld in stand houden, terwijl er dichter bij huis al
mensen zijn die van grote betekenis kunnen zijn.
Dat was een heel andere manier van kijken dan ik gewend was. In mijn werk
zijn we vaak op zoek naar méér hulp, terwijl de JIM-methode juist begint bij
de mensen die er al zijn. Dat vroeg echt iets van mij. Ik merkte dat ik mijn
eigen manier van denken moest loslaten. Dat ging niet vanzelf. Ik zag nog
steeds allerlei beren op de weg en vroeg me af of dit in mijn doelgroep wel
zou werken.
Toch begonnen de verhalen van jongeren, ouders en deskundigen mij te
raken. Vooral de filmpjes waarin mensen vertelden hoeveel steun zij
hadden gehad aan iemand uit hun eigen omgeving, maakten indruk. Hun
ervaringen voelden oprecht en lieten zien dat een vertrouwd persoon soms
meer kan betekenen dan welke professional ook.
Daardoor stelde ik mezelf de vraag: Heb ik eigenlijk zelf ooit een JIM
gehad?
Toen besefte ik dat ik, zonder dat ik daar ooit een naam aan had gegeven,
inderdaad mensen in mijn leven heb gehad die er altijd voor mij waren.
Mensen bij wie ik terechtkon, die naar mij luisterden en die mij hielpen als
het moeilijk was. Eigenlijk heb ik nog steeds zo iemand.
Dat besef maakte voor mij het nut van een JIM heel tastbaar. Natuurlijk kies
je liever iemand die je al jaren kent en vertrouwt dan telkens weer een
nieuwe hulpverlener aan wie je je verhaal opnieuw moet vertellen. Dat is
misschien wel de grootste kracht van de JIMmethode.
Sinds de training kijk ik anders naar de problemen van jongeren, ouders en
pleegouders. Tijdens huisbezoeken en kind gesprekken stel ik nu veel vaker
vragen als:
Wie is er voor jou?
Met wie praat jij het liefst?
Wie vertrouw jij het meest, naast je gezin?
Wie helpt jou als jij het even niet meer weet?
Het mooie is dat deze vragen mij inmiddels heel natuurlijk afgaan. Ze kosten
mij geen extra moeite en leveren vaak waardevolle gesprekken op. Iedere
keer als een jongere of ouder iemand noemt die belangrijk voor hem of haar
is, geeft mij dat een klein gevoel van trots. Het bevestigt dat ik anders ben
gaan kijken en dat ik de JIM-gedachte steeds meer in mijn werk toepas.
Een ander inzicht dat mij is bijgebleven, is dat mensen vaak pas echt bereid
zijn om te veranderen wanneer zij ergens last van hebben. En voordat we
direct op zoek gaan naar wat er moet gebeuren, is het misschien nog wel
belangrijker om eerst te vragen: wie kan er naast deze jongere of dit gezin
staan?
Ook het denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen neem ik
dagelijks mee. Niet steeds focussen op wat niet kan, maar onderzoeken wat
wél mogelijk is, ook wanneer er obstakels zijn.
Wat ik misschien wel het mooiste uitgangspunt van de JIM-methode vind, is
dat de jongere zelf mag aangeven wie belangrijk voor hem of haar is. Niet de
hulpverlener, niet de ouders, maar de jongere zelf. Juist dat geeft ruimte,
eigenaarschap en soms een opening in situaties waarin volwassenen al
lange tijd namens de jongere beslissingen nemen.
Als ik terugkijk, ben ik blij dat ik mijn scepsis niet de overhand heb laten
nemen. De JIMmethode heeft mij niet alleen een nieuwe werkwijze
geleerd, maar vooral een andere manier van kijken. Ik geloof nog steeds niet dat het altijd eenvoudig is en ik weet dat het in de praktijk soms lastig zal
zijn. Maar ik geloof inmiddels wél in de kracht van een vertrouwd persoon
uit het eigen netwerk.
En misschien is dat wel de belangrijkste les die ik uit deze training heb
meegenomen.
Wat mij goed lukt is het uitleggen van hoe de JIM werkt en waarom het
belangrijk is. Dit gaat redelijk goed merk ik. Verder is het goed om steviger
jezelf neer te zetten en de boodschap die je wilt overbrengen ook lukt
ondanks tegenwerking van de volwassenen om je heen. Ik zou dit meer
willen want ik ga snel mee als er nee wordt gezegd. Bij de JIM is dit best
handig om steeds verder te kunnen in het proces. Wat ook mooi zou zijn om
vaker contact te maken met de JIM. Door zoveel werkdruk kom ik niet toe
om vaker te spreken met de JIM. En ander punt is dat de JIM soms niet door
heeft hoe belangrijk hij of zij is en dat hun rol van groot belang is. Dat het
contact met mij als hulpverlener ook nodig is om het proces te toetsen op
voortgang. De JIM tot stand brengen en daar mee aan de slag te gaan is best
veel werk in het begin. Dit is mijn uitdaging. Hoe blijf ik contact houden. Ik
heb genoten van de JIM cursus en van degene die de cursus gaf. Heel veel
geleerd en gehoord. Nu is het gewoon doen en vaker doen om te kunnen
groeien met JIM. Ik hoop dat het mij steeds vaker lukt om een jongere of
indien nodig de volwassene te koppelen aan de JIM. Wat zou mooier zijn dat
mensen minder afhankelijk worden van de zorgstaat/hulpverlening en meer
in hun eigen netwerk verder gaan. Voor de Pleegzorg hoop ik dat er bepaalde
mensen komen die het in mijn gezinnen willen gaan doen. Dit omdat ik geen
tijd en ruimte voel om het zelf in te zetten.



Opmerkingen