In de wereld van Suzanne
Suzanne neemt ons mee in haar onderzoek


Ben je benieuwd naar de denkwijze van Suzanne en wat zij heeft gedaan in haar onderzoeken? Ze neemt je in onderstaande column mee in haar gedachtegang.
De transformatie van de JIMprofessional
19-5-2026
Alweer dertien jaar geleden begon ik voor het eerst te werken met een JIM. Er was toen een idee –JIM– en een plan: intersectorale teams, met als meewerkend voorvrouw een systeemtherapeut, zouden uithuisplaatsing van jongeren gaan voorkomen in samenwerking met een JIM. Ik was een van die eerste systeemtherapeuten.
De eerste paar maanden lukte het helemaal niet. Jongeren of ouders hadden helemaal geen zin in een JIM. Wij als hulpverleners waren daar toch niet voor niets?
Maar heel eerlijk, ik had er zelf als hulpverlener zo de behoefte aan eens echt iets anders te gaan proberen. Dus bij een volgende nieuwe intake blufte ik dat ‘we altijd zo werken’. Namelijk, eerst op zoek naar een JIM en dan verder kijken wat er aan de hand is en hoe wat dat kunnen aanpakken. Dat lukte. Ouders en jongere gingen mij vertellen dat opa een heel grote rol in hun leven had gespeeld. De volgende dag zat opa al aan tafel.
En ik weet nog als de dag van gister dat er bij dat gesprek een enorme verschuiving in mij plaats vond. Alsof er veel meer lucht en licht in de gesprekken kwam. Waar het altijd zo zwaar drukte, die verantwoordelijkheid, voelde het met deze opa erbij eigenlijk heel licht en er was meer ruimte om te verkennen wat er nodig was en wie wat zou doen.
Toen wist ik, als ik als professional dus iets anders doe, is er wel ruimte voor het nadenken over een JIM. Wat dat iets was, dat heb ik nu met mijn onderzoekscollega’s onderzocht. We wilden weten: Wat gebeurt er nou precies in de professionals zelf als je met JIM gaat samenwerken?
Het snelle en korte antwoord: Je rol wordt anders, je handelt anders en – en dat voelde ik 13 jaar geleden al – je identiteit verandert mee: Je wordt een JIMprofessional.
Een kritisch kantje nog: het gaat niet alleen om die professional. Zij hebben een steunende manager nodig die op alle lagen snapt waar het werken met JIM over gaat en de professionals steunen in die identiteitsverandering. Dit impliceert ook dat we niet alleen naar die nieuwe rol van JIM moeten kijken en hier over leren, maar ons dus ook bewust moeten zijn dat de professional een nieuwe rol krijgt. Dus het is eigenlijk niet meer: Hoe doe je dat, samenwerken met een JIM? De vraag is eerder: hoe word ik een JIMprofessional.
Een ander paradigma
30-6-2026
De JIM vinden mensen — ook professionals — vaak een fantastisch idee. Een jongere krijgt een steunfiguur: iemand die er niet alleen voor de jongere is, maar vaak ook blijft. Duurzaam, relationeel en dichtbij in het dagelijks leven van jongeren.
Uit grootschalig Nederlands en Amerikaans onderzoek weten we dat ongeveer 75% van de jongeren zo’n natuurlijke mentor heeft. Jongeren met een mentor voelen zich vaker gezien, doen het beter op school, vertonen minder risicovol gedrag en functioneren beter op psychologisch en sociaal vlak.
De vraag is dan eigenlijk niet óf natuurlijke mentoren belangrijk zijn. De vraag is: waarom benutten we dit nog zo weinig binnen de jeugdzorg?
Misschien omdat het niet alleen vraagt om een nieuwe manier van werken voor de professional, maar om een paradigmaverschuiving: Een andere manier van kijken naar je eigen professionele opdracht, verantwoordelijkheid en de rol die je hierin inneemt.
Want zodra een jongere iemand uit het eigen netwerk centraal stelt, verandert de positie van de professional. Dan draait goede hulpverlening niet langer alleen om zelf ondersteunen, analyseren of behandelen, maar om faciliterend ruimte maken binnen de formele zorg voor die mensen die er al zijn.
En dit — ik zeg het maar gewoon — gaat ook over macht.
Macht die wij als professionals hebben binnen de formele zorg. Niet per se bewust of kwaadwillend, maar wel degelijk aanwezig. Wij spreken de taal van de zorg, kennen de regels, weten hoe de sector werkt en bepalen vaak — impliciet — wat ‘goede hulp’ is. We hebben toegang tot systemen, dossiers en besluitvorming. Daarmee krijgen wij automatisch een centrale positie.
Juist daardoor is het moeilijker dan het lijkt om het netwerk van een jongere echt als een gelijkwaardige partner te zien. Want zodra je dat doet, verandert er iets fundamenteels. Verantwoordelijkheden worden gedeeld. Andere perspectieven krijgen gewicht. En de professional is niet langer vanzelfsprekend degene die het meeste weet, bepaalt of draagt.
Dat raakt niet alleen aan systemen, maar ook aan professionele identiteit. Veel professionals zijn opgeleid om problemen te signaleren, richting te geven en verantwoordelijkheid te nemen. Daar ontlenen we ook betekenis aan: iets kunnen betekenen wanneer het ingewikkeld wordt.
Wanneer professionals samenwerken met een JIM, verschuift die opdracht. Dan vraagt goede hulpverlening juist iets anders: niet direct overnemen of richting geven, niet zelf die vertrouweling of dragende relatie worden. Maar zorgen dat belangrijke mensen rondom een jongere positie krijgen om mee te denken en te beslissen.
En precies daar schuurt het vaak. Want hoewel we het idee van een JIM meestal direct omarmen, vraagt het in de praktijk iets wat veel fundamenteler is: dat wij als professionals niet automatisch meer zelf centraal staan in de hulp.
De echte uitdaging zit daarom misschien niet in het vinden van een JIM, maar in de vraag of wij als professionals, organisaties en systeem bereid zijn onze eigen rol opnieuw te bekijken om daadwerkelijk te kunnen samenwerken met zo iemand.
‘Noem jij jezelf een JIMprofessional?’
1-9-2026
In mijn vorige column schreef ik dat werken met een JIM meer vraagt dan het toevoegen van een steunfiguur aan de hulpverlening. Want zodra een jongere iemand uit zijn eigen omgeving als JIM benoemt, verandert er ook iets voor jou als professional.
Maar wat verandert er dan precies?
Die vraag houdt me eigenlijk al bezig sinds ik ruim tien jaar geleden zelf voor het eerst met een JIM ging werken.
Ik weet nog goed dat ik toen voelde dat er iets verschoof in hoe ik naar mijn eigen vak keek. Gek genoeg had ik bijna niets van wat ik met JIM aan het doen was op school geleerd. Natuurlijk had ik geleerd over systeemgericht werken, samenwerken en het belang van het netwerk. Maar dit voelde anders. Mijn positie veranderde. Ik keek anders naar mijn eigen deskundigheid en naar wat mijn bijdrage moest zijn. Alleen had ik daar toen nog geen woorden voor.
Toen ik in 2022 aan mijn promotieonderzoek begon, wist ik daarom dat ik dit wilde onderzoeken: Wat is dat nou, waardoor werken met een JIM anders voelt?
Voor dit onderzoek spraken we met 29 ervaren jeugdzorgprofessionals die allemaal werkzaam waren in een InVerbindingsteam (IVT). In de focusgroepen begonnen we met de vraag: wat kenmerkt volgens jullie een JIMprofessional?
Daarna draaiden we de vraag om: wat kenmerkt een professional die niet met JIM werkt? En
vervolgens kwam voor mij de interessantste vraag: wat is er onderweg gebeurd? Hoe werd je van die professional een JIMprofessional? En wat hielp daarbij – of maakte dat juist moeilijk?
Uit die gesprekken kwamen allerlei verschillen naar voren. Heel kort gezegd zagen JIMprofessionals zichzelf vooral als coach of facilitator. De professional die zij vóór die tijd waren en professionals die niet met JIM werkten, beschreven ze als expert.
Dat betekent niet dat expertise ineens minder belangrijk wordt. Wat veranderde, was vooral de plek die die expertise kreeg. Een JIMprofessional hoeft niet degene te zijn die alles weet, alles overziet en uiteindelijk de oplossing bedenkt. Die kijkt ook: wat weet de jongere zelf? Wie kent deze jongere op een manier waarop ik hem of haar nooit zal kennen? Welke kennis zit bij ouders, familie of vrienden? En wat heb ik daar als professional aan toe te voegen?
Dat herkende ik onmiddellijk. Want dit was precies de verschuiving die ik zelf jaren eerder had gevoeld.
Ooit las ik bij Thijs Homan, hoogleraar veranderkunde, over wederzijdse afhankelijkheid:
Echt samenwerken ontstaat pas wanneer je ervaart dat je de ander daadwerkelijk nodig hebt om verder te komen. Volgens mij is dat precies wat een JIMprofessional op een gegeven moment geïnternaliseerd heeft.
Als je werkelijk voelt dat je elkaar nodig hebt, dan verandert de samenwerking.
En blijkbaar verandert er dan ook iets in hoe je jezelf als professional ziet.
De professionals in onze focusgroepen vertelden namelijk niet alleen dat ze anders waren gaan handelen. Ze vertelden ook dat het werk anders was gaan voelen. Het was onderdeel geworden van hoe zij zichzelf als professional zagen.
Zo kwamen we uit bij een theorie over professionele en sociale identiteit: een deel van wie we zijn ontlenen we aan de groepen waartoe we onszelf rekenen. Dat doen we allemaal. Je kunt jezelf zien als wielrenner, wetenschapper, Ajaxsupporter of als Swiftie (zoals de fans van Taylor Swift zichzelf noemen). Op een gegeven moment doe je niet alleen iets, je gaat jezelf ook zo zien en je gaat anderen herkennen ‘die ook zo zijn’.
Datzelfde zagen we hier gebeuren. Maar niet iedereen maakte die verschuiving.
De professionals in de focusgroepen zagen ook collega's afhaken. Omdat deze manier van werken ingewikkeld bleek, omdat collega's anders naar verantwoordelijkheid of risico keken, omdat een team niet meeging of omdat een leidinggevende onvoldoende steun of ruimte gaf.
En juist dat zette mij weer aan het denken over iets wat ik eigenlijk al jaren zeg: je kunt JIM niet een beetje doen.
Daar bedoel ik niet mee dat je altijd alles precies volgens de JIMaanpak moet doen. Het gaat me om iets fundamentelers. Op een gegeven moment is JIM niet meer een methodiek die je toepast. Het verandert hoe je naar je werk kijkt.
Je doet niet alleen JIM, ‘je bent ervan’, zou je kunnen zeggen.
Want als je werkelijk gelooft dat je de kennis, relatie en betrokkenheid van anderen nodig hebt om goede hulp te kunnen bieden, kun je dat niet zomaar aan- en uitzetten. Dan kijk je anders naar een jongere en zijn omgeving. En ook anders naar je eigen plek.
Dat merk je al bij iets ogenschijnlijk eenvoudigs als het zoeken naar een JIM.
‘We kunnen nog kijken of er misschien iemand in je omgeving is….’
is iets heel anders dan:
‘Ik kan veel voor jullie betekenen, maar ik weet ook dat ik dit niet alleen kan. Wie heb jij nodig om dit samen goed te doen?’
In het eerste geval is de JIM een mogelijkheid binnen de hulpverlening. In het tweede geval
heb jij als professional de ander daadwerkelijk nodig. Dat is die wederzijdse afhankelijkheid
waar Homan over schrijft. En volgens mij is dat precies de verschuiving die plaatsvindt
wanneer iemand zichzelf op een gegeven moment JIMprofessional gaat noemen.




