top of page
Logo FACTOR-i
  • Linkedin

In de wereld van Suzanne

Suzanne neemt ons mee in haar onderzoek

JIM_Suzanne_8281_Portret_BEW_CUT.jpg
JIM_Suzanne_8281_Portret_BEW_CUT.jpg

Ben je benieuwd naar de denkwijze van Suzanne en wat zij heeft gedaan in haar onderzoeken? Ze neemt je in onderstaande column mee in haar gedachtegang. 

De transformatie van de JIMprofessional

19-5-2026

Alweer dertien jaar geleden begon ik voor het eerst te werken met een JIM. Er was toen een idee –JIM– en een plan: intersectorale teams, met als meewerkend voorvrouw een systeemtherapeut, zouden uithuisplaatsing van jongeren gaan voorkomen in samenwerking met een JIM. Ik was een van die eerste systeemtherapeuten. 

De eerste paar maanden lukte het helemaal niet. Jongeren of ouders hadden helemaal geen zin in een JIM. Wij als hulpverleners waren daar toch niet voor niets? 

Maar heel eerlijk, ik had er zelf als hulpverlener zo de behoefte aan eens echt iets anders te gaan proberen. Dus bij een volgende nieuwe intake blufte ik dat ‘we altijd zo werken’. Namelijk, eerst op zoek naar een JIM en dan verder kijken wat er aan de hand is en hoe wat dat kunnen aanpakken. Dat lukte. Ouders en jongere gingen mij vertellen dat opa een heel grote rol in hun leven had gespeeld. De volgende dag zat opa al aan tafel.

En ik weet nog als de dag van gister dat er bij dat gesprek een enorme verschuiving in mij plaats vond. Alsof er veel meer lucht en licht in de gesprekken kwam. Waar het altijd zo zwaar drukte, die verantwoordelijkheid, voelde het met deze opa erbij eigenlijk heel licht en er was meer ruimte om te verkennen wat er nodig was en wie wat zou doen. 

Toen wist ik, als ik als professional dus iets anders doe, is er wel ruimte voor het nadenken over een JIM. Wat dat iets was, dat heb ik nu met mijn onderzoekscollega’s onderzocht. We wilden weten: Wat gebeurt er nou precies in de professionals zelf als je met JIM gaat samenwerken?

Het snelle en korte antwoord: Je rol wordt anders, je handelt anders en – en dat voelde ik 13 jaar geleden al – je identiteit verandert mee: Je wordt een JIMprofessional.

Een kritisch kantje nog: het gaat niet alleen om die professional. Zij hebben een steunende manager nodig die op alle lagen snapt waar het werken met JIM over gaat en de professionals steunen in die identiteitsverandering. Dit impliceert ook dat we niet alleen naar die nieuwe rol van JIM moeten kijken en hier over leren, maar ons dus ook bewust moeten zijn dat de professional een nieuwe rol krijgt. Dus het is eigenlijk niet meer: Hoe doe je dat, samenwerken met een JIM? De vraag is eerder: hoe word ik een JIMprofessional. 

Een ander paradigma

30-6-2026

De JIM vinden mensen — ook professionals — vaak een fantastisch idee. Een jongere krijgt een steunfiguur: iemand die er niet alleen voor de jongere is, maar vaak ook blijft. Duurzaam, relationeel en dichtbij in het dagelijks leven van jongeren.

Uit grootschalig Nederlands en Amerikaans onderzoek weten we dat ongeveer 75% van de jongeren zo’n natuurlijke mentor heeft. Jongeren met een mentor voelen zich vaker gezien, doen het beter op school, vertonen minder risicovol gedrag en functioneren beter op psychologisch en sociaal vlak.

De vraag is dan eigenlijk niet óf natuurlijke mentoren belangrijk zijn. De vraag is: waarom benutten we dit nog zo weinig binnen de jeugdzorg?

Misschien omdat het niet alleen vraagt om een nieuwe manier van werken voor de professional, maar om een paradigmaverschuiving: Een andere manier van kijken naar je eigen professionele opdracht, verantwoordelijkheid en de rol die je hierin inneemt. 

Want zodra een jongere iemand uit het eigen netwerk centraal stelt, verandert de positie van de professional. Dan draait goede hulpverlening niet langer alleen om zelf ondersteunen, analyseren of behandelen, maar om faciliterend ruimte maken binnen de formele zorg voor die mensen die er al zijn. 

En dit — ik zeg het maar gewoon — gaat ook over macht.

Macht die wij als professionals hebben binnen de formele zorg. Niet per se bewust of kwaadwillend, maar wel degelijk aanwezig. Wij spreken de taal van de zorg, kennen de regels, weten hoe de sector werkt en bepalen vaak — impliciet — wat ‘goede hulp’ is. We hebben toegang tot systemen, dossiers en besluitvorming. Daarmee krijgen wij automatisch een centrale positie.

Juist daardoor is het moeilijker dan het lijkt om het netwerk van een jongere echt als een gelijkwaardige partner te zien. Want zodra je dat doet, verandert er iets fundamenteels. Verantwoordelijkheden worden gedeeld. Andere perspectieven krijgen gewicht. En de professional is niet langer vanzelfsprekend degene die het meeste weet, bepaalt of draagt.

Dat raakt niet alleen aan systemen, maar ook aan professionele identiteit. Veel professionals zijn opgeleid om problemen te signaleren, richting te geven en verantwoordelijkheid te nemen. Daar ontlenen we ook betekenis aan: iets kunnen betekenen wanneer het ingewikkeld wordt.

Wanneer professionals samenwerken met een JIM, verschuift die opdracht. Dan vraagt goede hulpverlening juist iets anders: niet direct overnemen of richting geven, niet zelf die vertrouweling of dragende relatie worden. Maar zorgen dat belangrijke mensen rondom een jongere positie krijgen om mee te denken en te beslissen. 

En precies daar schuurt het vaak. Want hoewel we het idee van een JIM meestal direct omarmen, vraagt het in de praktijk iets wat veel fundamenteler is: dat wij als professionals niet automatisch meer zelf centraal staan in de hulp. 

De echte uitdaging zit daarom misschien niet in het vinden van een JIM, maar in de vraag of wij als professionals, organisaties en systeem bereid zijn onze eigen rol opnieuw te bekijken om daadwerkelijk te kunnen samenwerken met zo iemand.

bottom of page